JURYRAPPORT WIILEM BREUKERPRIJS 2017

Reza Namavar is een volstrekt authentiek, muzikaal erudiet en eigengereid componist. Hij schrijft een taal die begrijpelijk is zonder in simplistische formules te vervallen. De muzikale bouwstenen voor zijn werk zijn vaak ongecompliceerd, maar altijd precies gekozen. Eenvoudige ritmische eenheden vormen de basis voor langere, ontregelende ritmische processen. De ‘inventio’, de inval, speelt in zijn werken dan ook altijd de disruptieve rol.
Namavar speelt voordurend met het doorbreken van continuïteit. Haperen, stotteren en het vastlopen van mechanische structuren: het wordt precies uitgecomponeerd. Barokke structuren worden gekenmerkt door hun transparante harmonische verloop en verraden Reza’s kennis en grote liefde voor de muziek van Bach, die soms even heel dichtbij is. Een d averend eclatant slot dat van tevoren te verwachten viel, zal men in zijn oeuvre tevergeefs zoeken. Hier spreekt de barokke geest van de componist maar het is ook een stellingname tegenover het vanzelfsprekende cliché van complexiteit, dat hedendaagse muziek vaak aankleeft.

Reza Namavar is een dwarsligger en daarin een duidelijke representant van wat Nederlandse hedendaagse muziek anders maakt. In die dwarsliggerij is hij verwant aan de naamgever van de Willem Breuker Prijs.
Zijn idioom onderscheidt zich door zijn vaardigheid om de absurdistische kanten van ons leven en de wereld te belichten. Het zijn niet alleen de onalledaagse titels van zijn werken die doen vermoeden dat de auteur prettig onaangepast durft te zijn, maar ook en vooral de totaal onvoorspelbare zijpaden die zijn muziek vaak inslaat. Muziek met een rijkdom aan impulsen en ideeën, waarbij vaak van extreme tempi sprake is. Niet behaagzieke, virtuose muziek die ondanks het grillige karakter altijd helder, onvoorspelbaar en tegelijkertijd toegankelijk is.

Namavar heeft inmiddels een substantieel oeuvre gecomponeerd bestaande uit korte intieme kamermuziek en grootschalige werken. Al zijn werk heeft een theatrale kwaliteit zonder dat die opgelegd is. Het is het soort theatraliteit die in de noten zelf zit, die ontstaat door zichzelf tegen te spreken, door de herhaling en het plots veranderend perspectief. Een van de mooiste voorbeelden van dit componeren is het werk ‘De verschijning van de zeven Manuelas’, waarin een klein instrumentaal ensemble de dialoog aangaat met een op hol geslagen draaiorgel. Het is een technisch knap gemonteerd werk dat de grenzen van het samenspel opzoekt. Hortend en piepend bereikt het draaiorgel (Nederlandser kan het bijna niet) de muzikale finish. Het is een mooi toeval dat Reza in dit uitzonderlijke werk zo’n uitzinnige partij heeft geschreven voor het mechanische instrument, waar Willem Breuker zo gek op was.

Martijn Padding
Rien de Reede
Frank Veenstra

(september 2017)